Bron: FAW


Brief d.d. zaterdag 17 november 1787, toegeschreven aan Mevr E.A, Weerts-Wentholt (1740-1820)

Verklaring:
  • de soon van een goed best vrient (regel 80-85):Het gaat hier over de zoon des huises Jan (18) voor achtergrond zie de brieven index.
  • lulla Kees: Leuterende Kees
  • vosinant (regel 125): Mogelijk verbastering van voisin. Frans voor buurman.


    
    1	                                                                            Den 17 novemb[er]	   
    		   
    	Mijn heer en vrient,	   
    		   
    5	Ik heb desen morgen door S. B--r met genoegen vernomen	   
    	als dat U e[dele] heel welvarend sijt. Waar het anders	   
    	het soude mij van harten leet weesen.	   
    	Ik kan niet nalaten met dese goede gelegent-	   
    	heid uw een kleyn lettertjen te schrijven als-	   
    10	dat ik nogal redelijk, na de tijd, ben	   
    	met den kleynen S[and]er en M[ilia], dog dat die andre	   
    	nog al het selvde is. Komt so van 't bed op	   
    	stoel en van de stoel na bed. Spreekt geen 	   
    	woord, is altijd even k[----]g.'t minste vervel[e]n	   
    15	ik. Sit nog met ene meijd. Ik was anders,	   
    	so die siekte niet tusschen beijde was gekomen,	   
    	van intentie geweest na een goed best	   
    	vrient van mij te gaan met de heele boel.	   
    	Maar nu moet ik blijven. Den docter oordeele	   
    20	niet te moeten gaan. Voor eerst weten waar	   
    	het heen wil met de siekte. Dog ik denk	   
    	dat het op sijn hoogst sal sijn geweest.	   
    	Het water begint braaf te sakken so	   
    	dat ik so gauw als mogelijk is bij hem sal	   
    25	koomen. Ik vrees dat de tijt hem sal lang	   
    	vallen dog heeft beste stommen vrienden bij	   
    	sig. Hij moet sig nu so lang behelpen. Ik	   
    	verlang uit de verdrukkinge te koomen.	   
    	Het gaat hier nog al het selvde. Die het	   
    30	minst seyd dat sweemt na Patriotismus	   
    	word opgehaald en na de Poort gebragt.	   
    		   
    	                                                 blz. 2	   
    		   
    	Seemsmaker heeft nu al 9 weken geseten.	   
    	Abels en 2 soons sijn voor enige dagen	   
    	opgehaalt en na de Poort gebragt. Se hebben	   
    35	"de Patriotten boven" geroepen. (Hoe dwaas sijn die mensch[en]	   
    	daar wij het so goed hebben onder dese regeringe.)	   
    	Peerelenberg en de vrouw sijn vandaag na den 	   
    	Poort gebragt omdat se geen lietjes, die hier	   
    	door de liedesangers langs straat gesongen	   
    40	worden en al seer mooy sijn, niet wilden koopen.	   
    	Sij sijden dat degene voor wie se gemaakt waren 	   
    	haar geen oortje weert was (verdienen sij dan	   
    	ook sulke straf niet) Jawel hoe sal het langer	   
    	gaan so se met tak en wortel niet uitgerooyt	   
    45	worden daar sal alle dag so wat voorvallen.	   
    	(die wereltse Keesen)	   
    	Nu moet ik uw verhalen. hier woont eene 	   
    	heer in de stad die uw misgien in persoon of	   
    	bij naam bekend is, heet Wilm Lemker. Dese	   
    50	heeft dan ook al onder het vrijcorp geweest	   
    	en die mens heeft sig langer tijt in huis	   
    	gehouden. Dagelijks kwamen er 's avonds so	   
    	enigen om te vragen of sij dienst konden	   
    	krijgen onder sijn compagnie. Andren om	   
    55	hem eens te spreeken. Dan ging sijn oude vader	   
    	met een goede knuppel aan de deur. Dog gingen	   
    	dan weg. Dog gistere-avond was Wilm eens	   
    	gegaan na Brinkhuis, de bakker, die digt 	   
    	bij hem woont. Hij gaat om 9 uur na huis.	   
    60	Bij sijn uitgaan so fluit er een jongetje.	   
    		   
    	                                         blz. 3	   
    		   
    	Da op koomen 4 personen so hem dunkt	   
    	met witte kielen uit de Borselsteeg smeten eerst met steene. Den ener	   
    	gaf hem met de sabel een houw op 't hooft	   
    	den anderen over de neus, smeten hem op den	   
    65	grond, trapten hem op de borst. Hij schre[e]uwde	   
    	so ellendig dat de mensen uitliepen. Hij riep	   
    	"slaat mij maar dood" en sij dagten [toen] hij	   
    	so ellendig voor de grond leyde hij is nu half	   
    	dood en de schildwagten van Voshol commandant	   
    70	hebben hem nog min of meer verlost.	   
    	Ik heb een heer gesprooken die hem heeft	   
    	helpen na bed brengen. Die verhaalde mij dat	   
    	hij er al der deerlijkst uitsag en had veel	   
    	medelijden met hem. Heylegers heeft hem	   
    75	verbonden. De houw op het hooft is in het bot.	   
    	Hier aan spiegele sig dog een ander om uit de	   
    	handen van sulken uit te blijven en sig verre	   
    	af te houden om niet so ongelukkig te worden	   
    	en dewijl sij de dood geswooren hebben aan	   
    80	de soon van een goed best vrient van mij.	   
    	So hoop ik sullen degene die voor hem moeten	   
    	sorgen voor al geinclineert sijn om hem	   
    	na een Ac[ade]mie te stuuren ver van hier	   
    	Ik hoop dat de brenger dese wel sal over	   
    85	komen en voorsigtig in sijn woorden sal sijn .	   
    	Laat het geselschap van L--- dog maar	   
    	uitblijven beter alleen daar wonen wolven	   
    	en schapen.	   
    	Ik twijffel niet of dat mantje sal aan 	   
    90	de regte man sijn gekoomen. Als die menschen	   
    	weer wat senden sal het altijt, so het	   
    	wel gevallen heeft en sonder opbreeken	   
    	aan wel is geworden, besteld worde.	   
    	Wegens de begeving der amten verneemt men	   
    95	nog niets wie die sal hebben. Buranus, of je	   
    	die kent, is ook uit het schippers gilde geset	   
    	met zijn knegt.	   
    	Alles is wel ter plaats daar uw goede vrient laa[t]st	   
    	is geweest.	   
    100	Nu menheer ik hoop so spoedig mogelijk	   
    	als die weg uit kan komen eens bij uw	   
    	te koomen, want ik heb hier geen aard.	   
    	Se schelden mij voor "Lulla Kees" uit als ik	   
    	aan de deur sta (en je weet nu hoe ik denk)	   
    105	Als de jonges door mij wegens de siekte van	   
    	een mijner huisgenoten versogt wert van de 	   
    	stoep te gaan, dan seggen se jaa eerts nog eens	   
    	dat uitgespeelt en nog een beetje met de	   
    	glijlanden en nog een beetje gaan wandelen	   
    110	dan sullen wij uit schijden.	   
    	Dat mens die je wel kent heeft de ramen	   
    	nog so als se sig bevonden voor 8 dagen	   
    	en vind er sig goed bij. Sal se met laten	   
    	maken want de planken sijn bij sommigen	   
    115	al wat voor heen gebroken en dan gaat het nog erger.	   
    	Geen glasen vindende teeren sij.	   
    	So de illuminatie nog de 28 plaats heeft sal	   
    	dat alles gered worden. Dit mens heeft alles besteld	   
    	So ontvang ik een brief van mijn besten vrient	   
    120	Het schijnt hij met veel genoegen daar is. Dat verheugd	   
    	mij nog in alle mijne omstandigheden. Ik sal 	   
    	alles besorgen, Ik verwagte so hem iets mankeert	   
    	daar van onderigt te worden. Groet hem hartelijk	   
    	voor ons allen.	   
    		   
    	                            Blz 1 verticaal in linkerkantlijn	   
    		   
    125	Die heer die [toen] met sijn vosinant laa[t]st daar was	   
    	sal bij mijn besten V. moeten slapen.	   
    	anders op het op --- kamertje. Maar alweer meer moeyte.	   
    		 
    
    

    <<< Terug <<<



    home.deds.nl/~hdebie45/Genea